Wijning, Wijn & Beleving

Blog

Skiën in bikini?

Posted on

Onlangs kwam ik een leuk artikel tegen van Koen van der Plas (Manoir Inter Scaldes) dat ik jullie niet wil onthouden. Dit artikel geeft nog maar eens aan hoe belangrijk de temperatuur van wijn is voor de smaakbeleving. Hetgeen ik volledig onderschrijf.

Groet Herbert

 

Skiën in bikini.

Of lekker in de zon gaan liggen met je winterjas aan? Het trekt waarschijnlijk wel veel aandacht, maar logisch is het niet. Zo werkt het ook met wijn en de temperatuur waarop je de wijn drinkt. In de regel drinken we rode wijn te warm en witte wijn te koud. Om optimaal van je wijn te genieten is de juiste serveer temperatuur erg belangrijk.

In ons restaurant let ik enorm goed op de temperatuur van een wijn. Een groot deel van mijn tijd besteed ik aan het op de juiste temperatuur houden van de wijnen. Continu zie je mij flessen in en uit de koelers zetten, het is een spel. Het is de taak van een sommelier om er voor te zorgen dat jouw wijn in topconditie op tafel komt. Door de temperatuur te veranderen, kan ik zelfs de smaakbeleving van de wijn beïnvloeden om het uiteindelijke resultaat voor de gasten perfect te krijgen. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar dat is het niet. Thuis wil je toch ook dat jouw wijn optimaal smaakt? Daarom wil ik je helpen met een paar eenvoudige tips om zelf te bepalen op welke temperatuur jouw wijn het beste tot zijn recht komt.

Frisse witte wijnen zoals bijvoorbeeld wijnen gemaakt van Sauvignon Blanc, Grüner Veltliner en Verdejo
Deze wijnen drink je op 8-10 graden. Ter vergelijking; een koelkast is circa 5-6 graden en als je de wijn dus zo uit de koelkast drinkt, mis je enorm veel mooie smaken die in de wijn zitten maar er niet uit komen omdat deze te koud is. Probeer het zelf eens: Neem een slok witte wijn, houd deze minimaal 6 seconden lang in je mond. Doordat de wijn in je mond opwarmt zul je merken dat er veel meer smaken vrijkomen dan als je de wijn direct doorslikt!

Volle witte wijnen zoals bijvoorbeeld wijnen gemaakt van Chardonnay, Riesling, Viognier en Pinot Grigio
Volle wijnen vragen om een wat hogere drinktemperatuur. Serveer deze wijnen op 10-12 graden en je zult merken dat ze ronder, zachter en minder zuur zullen zijn. In de basis zorg je met een iets hogere temperatuur voor minder zuurbeleving van de wijn en dat is bij volle witte wijnen juist goed om optimaal van te genieten. Chardonnay verdient hier even wat extra aandacht: Heb je te maken met een houtgerijpte Chardonnay? Serveer dan op 10-12 graden. Heeft de Chardonnay geen houtrijping gehad, zoals vaak met bijvoorbeeld Chablis het geval is, dan mag de wijn op 8-10 graden geserveerd worden.

Lichte fruitige rode wijnen zoals bijvoorbeeld wijnen gemaakt van Pinot Noir, Spätburgunder en Gamay
Steeds vaker wordt de ijsemmer gevraagd bij deze rode wijnen, gelukkig! Het fruitige karakter komt namelijk veel beter naar voren als we deze wijnen iets koelen. Serveren op 15-16 graden geeft het mooiste resultaat. Wees niet bang om een frisse rode wijn even in de koelkast te leggen voordat je deze gaat drinken. Mocht hij iets te koud worden? Geen probleem, de wijn verwarmt snel in het glas of, als je ongeduldig bent, in je mond.

Robuuste volle rode wijnen zoals bijvoorbeeld wijnen gemaakt van Sangiovese, Merlot, Cabernet-Sauvignon, Grenache en Syrah
Ook deze wijnen drinken we bij voorkeur niet bij kamertemperatuur. Vroeger was kamertemperatuur 18 graden, maar tegenwoordig al snel 20-22 graden. Als je deze robuuste wijnen te warm drinkt, word je bij het ruiken aan je glas al ‘omver geblazen’ door de alcohol. Dit komt omdat de alcohol sneller verdampt bij hogere temperaturen. Je ruikt en proeft nagenoeg niets meer van al het moois dat de wijn te bieden heeft aan verschillende aroma’s. Serveer deze wijnen op 16 tot maximaal 18 graden en je zult merken dat je veel meer proeft in dezelfde wijn. Misschien is het even wennen en denk je dat de wijn te koud wordt gedronken, maar je zult merken dat bij een temperatuur van 16-18 graden de wijn veel meer geeft.

Rosé wijnen
Rosé wijnen zijn technisch gezien rode wijnen omdat ze van blauwe druiven worden gemaakt. Het verschil is dat de schilletjes van de druiven een kortere tijd in contact staan met het sap. Hierdoor krijg je dus geen rode, maar een rosé kleurige wijn. In de basis is rosé gemaakt om het fruitige karakter van de druiven naar voren te halen. Juist dat fruitige karakter benadruk je door de wijn koel te serveren. Niet te koud, want dan proef je niets meer van de vaak delicate aroma’s die we in veel rosé wijnen vinden. In het algemeen serveer ik rosé wijnen op 8-10 graden. Niet te koud, dus niet te zuur en lekker veel fruit.

Bubbels
Bij mousserende wijnen maak ik wel een onderscheid tussen ’toegankelijke’ Prosecco, Cava, Crémant of Champagne en de ‚complexe’ varianten die toch vaak uit de Champagne streek komen. Over het algemeen doen de toegankelijke varianten het goed bij een temperatuur van 6-8 graden. Hoe complexer de mousserende wijn, hoe hoger de temperatuur. Want juist bij die laatste categorie wil je veel ontdekken in je glas en dat lukt nooit als we die te koud serveren. Ik houd meestal een graad of 10-12 aan voor de mooiste Champagnes en Crémant.
Glaswerk is bij bubbels ook heel erg belangrijk. We hebben al snel de neiging bubbels op te sluiten in een kleine flûte, maar dat is echt Hollands. Probeer Champagne eens uit een wijnglas, daar knapt iedere bubbel van op!
Tenzij je van extra aandacht houdt lijkt de bikini beter geschikt voor in de zon en de winterjas voor op de piste. Nu weet je ook hoe het zit met temperatuur en wijn. Samengevat betekent een lagere temperatuur meer fruit en meer zuur. Speel er gerust eens mee bij jouw favoriete wijn en merk zelf hoeveel verschil de temperatuur uitmaakt. In ieder geval een goede reden om weer een fles te openen, toch? Proost.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *